Klik hier voor alle informatie.
NGoB-leden krijgen toegang tot additionele diensten door in te loggen.
Begin de dag goed met een goprobleem.
Of doe mee met de ladderprijsvraag.
Voor een zeer uitgebreide behandeling van de spelregels vindt u hieronder enkele links naar web-uitleg over het Go-spel:
Go, an addictive game van Jan van der Steen (Engelstalig)
Go is een bordspel voor twee personen. We kunnen go vergelijken met schaken of dammen. Go is mooi, omdat het tegelijkertijd eenvoudig en ingewikkeld is. De regels zijn heel logisch en eenvoudig. Iedereen kan de basisregels leren en dus kan iedereen er plezier aan beleven een partij te spelen. Hieronder worden alle basisregels in het kort uitgelegd.
| Go wordt gespeeld op een bord met een gelijk aantal horizontale en verticale lijnen. In Figuur 1 is een bord van 7x7 lijnen afgebeeld. Standaard wordt gespeeld op een bord met 19x19 lijnen. Voor de duidelijkheid gebruiken we bij de uitleg een 7x7-bord. We spelen met witte en zwarte, lensvormige stenen. Het aantal beschikbare stenen is in principe onbeperkt. | |
| Figuur 1 |
We beginnen te spelen op een leeg bord zoals figuur 1. We spelen om beurten één steen van de eigen kleur op een van de kruispunten van de lijnen, dus niet in de vakjes. Daarbij tellen ook de randpunten en de hoekpunten mee. Zwart begint. Een eenmaal geplaatste steen mag niet meer worden verschoven.
| In Figuur 2 zien we hoe zwart de eerste steen op het bord speelt. In Figuur 3 volgen de volgende 3 zetten. | | | ||
| Figuur 2 | Figuur 3 |
Een partij duurt totdat een van beide spelers opgeeft, of totdat driemaal achtereen is gepast. Men zal passen wanneer men geen zet meer ziet die enig voordeel biedt.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() | |
| Figuur 4 | Figuur 5 | Figuur 6 | Figuur 7 | Figuur 8 | |
| De figuren geven een partij weer, volgens de hierboven uitgelegde systematiek. Merk op dat bij zet 14 en zet 15 een steen van de tegenstander wordt geslagen (omdat deze volledig omsingeld is - zie de sectie vrijheden). Een geslagen steen wordt van het bord weggenomen. Deze wordt in het "gevangenenbakje" gelegd. In dit diagram getoond middels de ovaal onder het bord. Op het aldus vrijgekomen kruispunt mag - in principe - weer gespeeld worden. | |||||
Het is de bedoeling om aan het eind van het spel een groter deel van het bord te beheersen dan de tegenstander. In Figuur 8 zien we de eindstand van een partij. Beide spelers hebben een gedeelte van het bord afgebakend. Wit heeft de linkerkant van het bord afgebakend en zwart de rechterkant. Wit beheerst dus de linkerhelft en zwart de rechterhelft.
Voor het bepalen van de eindstand tellen we de beheerste lege kruispunten en de gevangen stenen bij elkaar op. Wit beheerst links 10 punten en zwart rechts 15 punten, beiden hebben 1 steen geslagen. Zwart heeft dus 16 punten tegen wit 11, en zwart wint de partij met 5 punten.
| Stenen van één kleur die langs de rechte lijnen direct met elkaar verbonden zijn vormen een keten. De witte stenen in Diagram 2 vormen een keten van 4 stenen. Vrijheden zijn de onbezette punten die direct via de rechte lijnen aan een keten grenzen. Deze keten heeft dus 9 vrijheden (x). | |
|
| Diagram 2 |
|
De 3 witte stenen in Diagram 3 zijn niet met elkaar verbonden. Zij vormen niet samen één keten, maar vormen elk op zich een keten van één steen. De steen in het centrum heeft 4 vrijheden, de steen aan de rand heeft er 3 en de steen in de hoek maar 2. | |
| Diagram 3 |
| De zwarte steen in Diagram 4 heeft nog maar één vrijheid op A. We zeggen: de steen staat atari. Wanneer men van een keten van stenen de laatste vrijheid afneemt dan wordt deze geslagen, en worden alle stenen die deel uitmaken van de keten onmiddellijk van het bord genomen. Een geslagen steen bewaren we tot aan het eind van het spel. Deze stenen worden gewoonlijk gevangenen genoemd, elke gevangene telt als één punt. | |
|
| Diagram 4 |
Wanneer wit dus op A speelt in Diagram 4, dan wordt de zwarte steen geslagen. Wanneer zwart echter de gelegenheid had gekregen om op A te spelen dan zou er een keten van twee stenen zijn ontstaan, die samen 3 vrijheden heeft. Wanneer wit deze stenen zou willen slaan dan moeten ook deze 3 vrijheden worden bezet.
![]() | In Diagram 5 kan wit 4 zwarte stenen (welke?) slaan door op A te spelen, of 1 zwarte steen door C te spelen. Zou zwart aan zet zijn, dan kan hij 2 stenen slaan op B, of op C. Merk dus op dat boven zowel 2 witte stenen als 1 zwarte steen atari staan. Als zwart op C slaat worden de twee witte stenen verwijderd waarna zwart 2 vrijheden heeft (ga na). |
|
| Diagram 5 |
|
|
De partij gaat in Figuur 4 verder met de zetten 5 t/m 8. Vanaf Figuur 4 geven we de gevangenen onder het bord weer. Om deze partij goed te kunnen volgen is het raadzaam om er een bord met stenen bij te pakken. Bij gebrek aan bord en stenen is het ook mogelijk om potlood, gum en ruitjespapier te gebruiken. |
| Figuur 4 | Figuur 5 |
![]() |
Steen 5 heeft na wit 8 nog maar één vrijheid (waar?). Zwart kan deze steen niet meer redden. Probeert zwart bijvoorbeeld met 1 in Diagram 6 de steen te redden, dan speelt wit op 2 (atari) en na zwart 3 slaat wit met 4. | |
| Diagram 6 |
| Zwart gaat de steen dus niet redden. De partij vervolgt met zwart 9 in figuur 5. Zwart dreigt nu een steen te slaan met een zet op 10. Wit speelt daarom zelf op 10. Met zwart 11 valt zwart een steen aan (welke?). Wit antwoordt met een tegenaanval op steen 9. Met wit 14 wordt deze steen geslagen. De zwarte steen verdwijnt van het bord en wordt door wit bewaard tot het einde van de partij. De op het bord resterende stelling is te zien in diagram 7. | ![]() |
| Diagram 7 |
![]() |
![]() |
In Figuur 6 zien we hoe zwart hierna de gelegenheid te baat neemt om de witte steen bij de onderrand te slaan met zwart 15. Wit pakt een zo groot mogelijk deel van de bovenrand met 16, 18 en 20. De laatste grenzen worden afgebakend in Figuur 7. | |
| Figuur 6 | Figuur 7 |
Na wit 26 is zwart aan zet. Zwart kan nu kiezen tussen een zet in eigen gebied en een zet in wit's gebied. Een zet in eigen gebied kost een punt, omdat er dan een leeg punt minder over blijft. Een zet in wit's gebied is te overwegen, maar de witte stelling is tegen vrijwel elke invasie bestand. Zwart laat de beurt daarom voorbij gaan. Zwart past. Voor wit geldt hetzelfde. Wit past ook en de partij is daarmee ten einde.
| Wit had ook mogen antwoorden. Bijvoorbeeld door in het zwarte gebied te invaderen met bijvoorbeeld wit 1 in Diagram 8. Zwart moet nu zorgvuldig antwoorden. Een kleine misstap kan kostbaar zijn. Na zwart 6 is de zwarte stelling echter veilig. Zoek dat zelf maar eens uit. | ![]() |
| Diagram 8 |
De stelling in diagram 9 kunnen we beschouwen als een eindstand van een partij. Wit en zwart hebben beide gepast. Er liggen echter nog twee witte stenen in het zwarte gebied. Deze stenen zijn reddeloos verloren. We noemen zulke stenen dood. Dode stenen worden van het bord genomen aan het einde van de partij, wanneer beide spelers hebben gepast. Ze hoeven dus niet meer te worden geslagen. De dode stenen worden bij de gevangenen gevoegd. De vrijkomende lege punten tellen gewoon mee bij de eindtelling.
![]() |
Mocht er onenigheid zijn over het al dan niet dood zijn van stenen, dan kan dit worden opgelost door verder te spelen tot het duidelijk is. Om het eerlijk te houden kun je afspreken dat je vanaf het moment van onenigheid beide evenveel zetten speelt. Merk op dat deze regel belangrijk is, omdat als zwart deze stenen daadwerrkelijk zou slaan, hij 2 zetten in eigen gebied zou moeten doen. | |
| Diagram 9 |
Bij de telling van deze eindstand heeft zwart 4 gevangenen en 12 gebiedspunten. Samen 16 punten. Wit heeft nog steeds één gevangene en 10 gebiedspunten. Samen 11 punten. Het verschil blijft dus 5 punten in het voordeel van zwart. Wit is niets opgeschoten met de invasie in het zwarte gebied.
| Slaat zwart op A in Diagram 10, dan verdwijnt de gemarkeerde steen. Zo ontstaat Diagram 11. Wit aan zet kan echter onmiddellijk de gespeelde steen weer terugslaan door op B te spelen. Dit zou zo eeuwig door kunnen gaan als de ko-regel niet bestond. | ![]() |
![]() |
|
| Diagram 10 | Diagram 11 |
Om herhaling van zetten te voorkomen is bepaald dat een herhaling van een stelling op het bord verboden is. Na zwart A mag wit niet onmiddellijk terugslaan, maar moet eerst elders spelen of passen. Later mag wit zo mogelijk wel weer terugslaan.
Om misverstanden te voorkomen laten we zien waaraan je eenvoudig kunt herkennen of een groep stenen al dan niet meer kan worden gevangen.
| In Diagram 12 zien we een zwarte groep die is omsingeld door witte stenen. Wit zou deze groep willen slaan. Daarom begint wit een vrijheid op te vullen met een zet op A. Zwart kan uiteraard deze steen slaan met B, maar dan slaat wit alle stenen door opnieuw A te spelen! Antwoordt zwart niet, dan kan wit vervolgens zelf op B slaan. De zwarte groep is reddeloos verloren. We zeggen de zwarte groep is dood. Wit beheerst een groot aantal punten in de hoek. | ![]() |
| Diagram 12 |
![]() |
In Diagram 13 vinden we een groep waarin wit niet mag spelen op C of D, want dat zou zelfmoord zijn. Als wit op 1 van beide punten speelt houdt zijn eigen steen 0 vrijheden over, en de zwarte groep nog 1. Wit slaat dus feitelijk zichzelf. Dit is niet toegestaan. De groep kan dus nooit geslagen worden en leeft. Aan de rand beheerst zwart 2 punten gebied. |
| Diagram 13 |
Merk op dat het wel is toegestaan een steen te spelen die 0 vrijheden overhoudt mits daarmee een of meer stenen van de tegenstander worden geslagen - na het voltooien van de zet heeft die steen immers 1 of meer vrijheden. (Vergelijk bijvoorbeeld zwart C in Diagram 5)
Dat was het tot dusver. Je hebt de regels leren kennen, maar er ligt nog veel achter de horizon. Het beste wat je kunt doen is spelen tegen een tegenstander van je eigen niveau. Liefst lekker vlot op een klein bord, zodat je snel het spel in zoveel mogelijk facetten van begin tot eind leert kennen. Veel plezier!!!